1 september 2025
- Rutger
- 1 sep 2025
- 1 minuten om te lezen
Ik schoot even in de lach toen Matt Berninger gisteravond All for Nothing speelde in TivoliVredenburg. Dat nummer begint met de tekst: "Standing in the quicksand with a smiling face / I don't mean to bother". Berninger beeldt graag uit op het podium en zo zie ik het zinnetje in Charlie Chaplin-achtige slapstick tot leven komen. Blijven lachen terwijl je wegzakt in de ellende.
Ellende was het concert allerminst. Berninger had zichtbaar plezier in het optreden. Zijn schijnbaar oneindige voorraad blauwe bekertjes (met wodka, leren we later) droegen daar vast en zeker aan bij. De zanger danst er op los en zoekt innig contact met het publiek. Het zit gewoon in hem, dat is bij The National nooit anders geweest. Toch hoopt Berninger zich solo meer los te zingen van het imago dat hij bij The National heeft, zei hij recent tegen Uncut.
Ik kan me voorstellen dat het gewicht van een 26-jaar oude band van je schouders valt als je even iets anders doet. Als je even met andere mensen nummers kan schrijven. In TivoliVredenburg ging een beker wodka de lucht in, over de apparatuur heen, niet zo handig, er viel een versterker uit. Afpoetsen, podium af om een mondharmonica te halen, platen signeren op de eerste rij, het balkom op voor Terrible Love. Een cover van Blue Monday van New Order. Ruimte voor wat paar nieuwe nummers. Ahhh, zegt het publiek als Berninger de werktitel Why Donāt Nobody Love Me? uitspreekt. "Oke, die gaat definitief zo heten", grapt hij. "Moet je zien wat een emoties het losmaakt."

Opmerkingen