top of page
Cliff Walk at Pourville (1882), Claude Monet
Cliff Walk at Pourville (1882), Claude Monet

Hallo allemaal (ook de nieuwe lezers, met dank aan Ernst-Jan Pfauth!) —


Bij de supermarkt hier in de buurt staat na de kassa een minibieb. Ik ben de boeken die erin staan (en die je dus mag meenemen) gaan zien als korting op de dure boodschappen. Een hele tijd terug nam ik Het Achterhuis van Anne Frank mee. Nooit gelezen, dat werd dus tijd. Deze week kon ik het dagboek bijna niet wegleggen. Nu sta ik voor een dilemma: wat schrijf je nog over een boek van bijna 80 jaar oud, wat miljoenen keren is verkocht en gelezen en waar al talloze keren over is geschreven? Het is bekend dat Frank een schrijftalent en een wonderlijk observatievermogen had. Hetzelfde geldt voor de tragiek waarmee ze haar dromen beschrijft. Ze kwamen niet uit, of pas na haar dood. Kortom: alles is al gezegd. Aan de andere kant kun je je daar als blogger moeilijk door laten tegenhouden.

Enfin, dit is het geworden.



I.

Op 11 november 1943 schrijft Anne Frank over het verlies van haar vulpen, haar 'kostbaar bezit' waarmee ze tot dan toe haar dagboeken vulde. "Ik waardeerde haar zeer, vooral vanwege de dikke punt die zij had, want ik kan alleen met dikke vulpenpunten werkelijk netjes schrijven."

Wat blijkt: de gouden vulpen is in de kachel terechtgekomen en daar verwoest. Anne schrijft een liefdevolle 'in memoriam' en vertelt in een paar alinea's over de rol die de pen in haar leven speelde. Het is een luchtige vorm om met het verlies van een pen te dealen, maar toen ik het las voelde ik de pijn.


In het achterhuis waar ze met nog zeven anderen schuilde voor de nazi's, had Anne nauwelijks een plek (of spullen) voor zichzelf. Ook 's nachts niet, want ze deelde haar slaapkamer. Ze moest zich dus constant verhouden ten opzichte van anderen. Alleen in haar dagboek vond ze waarschijnlijk de ruimte om vol overgave zichzelf te zijn. Ik kan me dan wel voorstellen dat zo'n pen — een cadeau van haar oma — een kostbaar bezit is.


Het is een beroemd stukje uit Anne Franks dagboekbrieven. Na het lezen van deze ode aan haar vulpen, bleek ik verre van de enige die wilde weten wat voor pen het was geweest. Online staan allerlei discussies en pagina's van mensen die het exacte model proberen te achterhalen. De meeste denken dat het een pen van Montblanc was. Duur ding. Een Pelikan 100 kan ook. Of een Pelikan met een punt van Montblanc.


Het zijn van die mysteries die mysteries moeten blijven. Medewerkers van het Anne Frank Huis weten het eveneens niet. "In haar dagboek schrijft ze alleen dat het een gouden vulpen was", lees ik in een reactie op een forum. "Dat is alles wat we weten."



II.

Een week geleden schreef ik in mijn blog voor NU.nl over nepbeelden rondom de ontvoering van de Venezolaanse president Nicolás Maduro. Door dit soort onzin op sociale media dreigt de kans dat we de werkelijkheid straks ook niet meer geloven. Op The New York Times las ik een mooi kijkje in de keuken. De chef beeldredactie beschrijft hoe lastig het tegenwoordig is om foto's te controleren.


Lezers mailden me met de vraag waarom AI-beeld niet onuitwisbaar gekenmerkt kan worden. Tja, dat is ingewikkeld.


Anderen zagen het probleem überhaupt niet zo. Photoshop bestaat al jaren en daarmee kun je net zo goed de gekste dingen in elkaar flansen. Helemaal waar. Maar voor Photoshop heb je kennis en kunde nodig. Met AI kan iedereen in hoog tempo nepbeelden genereren. De schaalbaarheid in combinatie met desinformatie is het probleem.


Fotobewerking is niet per definitie fout. Het kan plaatjes naar een hoger niveau tillen. Dat het al jaren wordt gedaan, laat het Rijksmuseum binnenkort zien met de tentoonstelling FAKE! In de fotogalerij komen vijftig fotocollages en -montages te hangen uit de periode 1860 tot 1940. De expositie loopt van 6 februari tot 25 mei 2026.


Op de website van het museum staan alvast wat voorbeelden om je lekker te maken. De foto hieronder is toch al geweldig? Gemaakt in het decennium vóór 1900!


'Onthoofding', F.M, Hotchkiss, ca. 1880-1900. Bron: Rijksmuseum.
'Onthoofding', F.M, Hotchkiss, ca. 1880-1900. Bron: Rijksmuseum.
PS.

Jason Velazquez schrijft een mooi essay over die verduivelde Voor jou-pagina’s op sociale media. "Curation used to be part of our media consumption process. We would hop from website to website looking for a laugh. We used to click on hyperlinks for Christ's sake. Now, all we must do is sit at the trough and let daddy Zuck feed us." Dat we zonder tegenstribbelen akkoord gaan met de constante stroom aan onzin, brengt niet alleen schade toe aan onze nieuwsgierigheid, schrijft Velazquez. Het is een vicieuze cirkel. "It's helping to cheapen creativity for the people who produce what we consume."



Daaropvolgend, dit artikel van Kathryn Jezer-Morton. Techbedrijven leren ons een paar dingen, schrijft ze. "Reading is boring; talking is awkward; moving is tiring; leaving the house is daunting. Thinking is hard. Interacting with strangers is scary. Risking an unexpected reaction from someone isn’t worth it. Speaking at all — overrated. These are all frictions that we can now eliminate, easily, and we do." Dit is een lekker fel stuk, Jezer-Morton deelt de ene stoot na de andere uit. Ze pleit in 2026 voor friction-maxxing (geweldige term): zoveel mogelijk op zoek naar ongemak.



Fascinerend artikel van NRC over hoe autocorrect het taalgevoel van jongeren saboteert. "Soms typ ik maar wat", zegt een scholier. "Sommige woorden zou ik zelf echt niet goed kunnen schrijven. Autocorrectie is dan mijn redder." Wat een quote.



Het is zo fijn dat Jon Stewart terug is bij The Daily Show. Wie anders kan de huidige staat van de wereld op deze manier samenvatten en duiden?




Uitgever Reshift gooit de merknaam Power Unlimited te grabbel. Na 30 jaar gamehistorie (welke gamer van mijn generatie is er niet mee opgegroeid?) wordt de merknaam verkocht aan een schimmig Maltees gokbedrijf. We zagen dat eerder gebeuren met het gameplatform PlaySense: daar werd een AI-slopmachine van gemaakt die artikelen steelt en jonge lezers naar online casino's te lokken. Het magazine Power Unlimited blijft bestaan onder een licentiedeal, maar de online- en socialredactie wordt door Reshift ondergebracht bij consumentenplatform ID.nl. Bastiaan Vroegop schreef een uitstekende analyse over dit debacle op Villamedia.



RHCP-bassist Flea werkt aan een jazzplaat die in maart uitkomt. Er zit een tour aan vast die in mei langs Paradiso leidt. Op de plaat Honora hoor je straks niet alleen Flea, maar ook enkele van zijn vrienden, zoals Nick Cave en Thom Yorke. Met laatstgenoemde maakte hij eerder al een piekfijn album onder de naam Atoms for Peace. Het nummer met Yorke heet Traffic Lights en verscheen deze week.



Je las blog №149, geschreven in de week van 12 tot en met 18 januari 2026. Abonneer je op mijn nieuwsbrief en je ontvangt 'm elke zondag gratis in je mailbox.

Jagers in de sneeuw, Pieter Bruegel de Oude
Jagers in de sneeuw, Pieter Bruegel de Oude

Hallo allemaal —


Wat een zegen was de kou en sneeuw. Het stelde nieuwsmedia in staat om tegenover de zware ellende in de wereld hartverwarmende kneuterigheid te zetten. In ons liveblog op NU.nl zag ik talloze ingezonden foto's van sneeuwpoppen en tips om vogels te voeren (geen traditionele vetbol, maar zaden en pitten). Het was koud, bellenblaas bevroor. Je kon beter even een dagje thuiswerken en niet de weg op.


In de avonden keek ik naar buiten en ik zag hoe de sneeuw licht gaf. Het werkte opbeurend, als tegenwicht voor de winterdip. Hier in de buurt leken de mensen in elk geval opgewekter dan anders in januari.


Enfin, het blog!



I.

In Remington beschrijft Bert Natter het verhaal van een kunstenaar die zijn vader ophaalt in Hamburg. De vader is een dichter van het oude stempel, hij schrijft nog op een typemachine. Van smartphones wil hij eigenlijk niets weten. Als je alleen maar op een scherm kijkt, zie je niks meer.


Als de zoon navigatie aanzet op zijn telefoon, zegt vader het volgende: "De stad is de werkelijkheid, de plattegrond van een stad is informatie, de weg zoeken in een stad is ervaring, de weg weten in een stad is kennis en met zo'n ding banjeren is niks. Het weet ook dat het niks is. Het doet zijn werk met slaafse zwijgzaamheid, zolang men het op tijd met stroom voert, maar ondertussen is het een sluipmoordenaar die de mensheid berooft van ervaring, kennis en geld, en die bovendien honderden keren per uur geheimen doorgeeft aan men weet niet wie. Ik weet dat ik overdrijf, toch is het zo: het brengt een mens op plaatsen zonder dat hij weet hoe hij er is gekomen en hoe hij er weer vandaan komt."


Het werd me niet meteen duidelijk of Natter in dit geval kamp koos voor de zoon (pro-mobiel) of voor de vader (anti-mobiel). In boeken ben je geneigd mee te leven met de ik-persoon (de zoon) en in 2015 was ik vast meer pro-mobiel, maar inmiddels hebben de techbedrijven die sympathie een beetje verspeeld.


Natter las vorig jaar 107 boeken, schrijft hij op zijn weblog. Als vrienden hem vragen waar hij de tijd vandaan haalt, zegt hij: "Toon mij de screen time die u op uw smartphone doorbrengt en ik vertel u of u tijd heeft om literatuur te lezen. Als je meer dan twee uur op je telefoon zit, kun je makkelijk een uur vrij maken om een boek te lezen."


Ik las vorig jaar 35 boeken. Vond ik al aardig wat. Tegelijkertijd heb je niets aan dit soort statistieken. Het helpt mensen die motivatie nodig hebben misschien om te lezen, maar daar ontbreekt het mij niet aan. Daarom staat mijn leesdoel op Goodreads dit jaar op één. En dat doel heb ik dankzij Remington alvast gehaald.



II.

In de film One Hour Photo uit 2002 trof ik een duidelijk voorbeeld van performative reading avant la lettre, uitgevoerd door Robin Williams. Hij speelt de engerd Sy Parrish, een fotolaborant die al jaren obsessief een gezin volgt, door het ontwikkelen van hun fotorolletjes. Hij drukt hun foto's extra af en hangt die stiekem bij hen thuis op. Had hij maar zo'n schijnbaar gelukkig gezin.


Afijn, op een dag ziet hij dat de vrouw uit het gezin een boek in haar tas heeft: The Path of Love van Deepak Chopra, om precies te zijn. Later in de film treft hij haar zogenaamd toevallig op een foodcourt voor lunch, tovert hij hetzelfde boek uit zijn tas en gaat dat heel opzichtig zitten lezen. Het werkt! "Ik wist niet dat je zo diepzinnig was", zegt ze.


In Parrish schuilt natuurlijk een diepe tragiek: de eenzame man die fotorolletjes ontwikkelt van families die doorgaans lachend op de foto staan. Hij wil ook wel eens gezien en geliefd worden. Nog tragischer: ruim twintig jaar later fotograferen mensen vooral digitaal en zie je nauwelijks meer fotolaboranten in het straatbeeld.




PS.

Uitkleedapps zijn een probleem. Met die tools kan iedereen een willekeurige foto uploaden en vervolgens zet generatieve AI de afgebeelde persoon in zijn of haar (vooral haar) ondergoed. Je begrijpt: dat kan slachtoffers flink traumatiseren. Dankzij Elon Musk en zijn chatbot Grok kregen ineens miljoenen mensen de mogelijkheid om mensen op foto's digitaal uit te kleden — en dat gebeurde vervolgens massaal. Internationaal schroomden toezichthouders en overheden niet om direct in actie te komen. In Nederland bleef het stil. Ik vroeg me af waarom en zocht het uit voor NU.nl.



Tien jaar geleden overleed David Bowie. Vlak daarvoor kwam zijn laatste album uit: Blackstar. Ik vind dat een van zijn beste werken, vanwege het gewicht ervan en gevoel van pure kunstenaarschap. Voor de liefhebbers: op NPO Start staat de docu David Bowie: The Final Act, over zijn carrièredip, zijn ijzersterke terugkeer en zijn definitieve afscheid.




Ik ben verslingerd aan de Walkie Talkie-video's van Paulie B op YouTube. In de serie loopt hij mee met een straatfotograaf, vaak door Manhattan, waar je ze aan het werk ziet en ze vertellen over wat ze doen.




Thom Yorke en Stanley Donwood werden voor The New Yorker geïnterviewd door illustrator Zoe Si. Ik genoot van het hybride resultaat, een artikel dat half uitgeschreven en half getekend is. Het gesprek was naar aanleiding van hun tentoonstelling in Oxford’s Ashmolean Museum. Yorke vroeg zich aanvankelijk af of ze hun digitale werk niet op beeldschermen moesten laten zien. "But that got tied into the whole NFT thing, and fuuuuck that", tiert hij. "The idea that you can take some sort of pseude-physical claim on some digital piece, and monetize it, is so distasteful. And the fact that it got tied into bitcoin - it was, like, fuck all of you people."



De Sentinel-2-satelliet maakte op 4 januari onderstaand sneeuwbeeld van Utrecht. Deze plaat van Amsterdam is ook mooi.


Bron: European Union, Copernicus Sentinel-2 imagery
Bron: European Union, Copernicus Sentinel-2 imagery

"Ik ben niet zo van kont tegen de krib", zegt schrijver Charlotte Mutsaers na twaalf minuten in een interview met Nieuwsweekend waarin ze het tegenovergestelde bewijst. Dat zie en hoor je niet zo vaak meer in de media, zo’n dwarsig gesprek. Heerlijk!


Je las blog №148, geschreven in de week van 5 tot en met 11 januari januari 2026. Abonneer je op mijn nieuwsbrief en je ontvangt 'm elke zondag gratis in je mailbox.


Hallo allemaal —


Gelukkig nieuwjaar. Ik schrijf jullie vanuit een ingesneeuwd Utrecht. Auto's rijden stapvoets door de grijze smurrie en fietsers glibberen voorbij. Wij Nederlanders, we blijven altijd fietsen. Vanmorgen wandelde ik door de stad — voor het middaguur al 16.000 stappen. Ik zag een man die op de brug bij Utrecht CS een sneeuwpop maakte. In zijn eentje, grote glimlach. Toen ik een uur later weer passeerde was hij nog bezig. Je ziet 'm op de foto aan het einde van dit blog. Hij sprak Engels: "Almost done!" Het plezier van een laag sneeuw (alles is anders!) doet de mensen goed, al is het maar voor een paar uur. Straks veranderen de platgewalste vlokken in een laag ijs en daarna begint het te dooien. Laat ik niet op de zaken vooruit lopen en nog even genieten.


We gaan beginnen met de blog. Ik heb twee documentaires gezien.



I.

Een groot deel van de aantrekkingskracht van weekblad The New Yorker zit 'm voor mij in de vormgeving van de omslag: altijd een illustratie met daarboven de titel van het blad — in dat perfecte lettertype, gemaakt door Rea Irvin in 1925. Het zijn lekker minimalistische covers. Geen ankeilers, geen schreeuwerige quotes.


Niet dat ik het blad elke week doorspit, maar ik lees met regelmaat een profiel (deze over Willie Nelson bijvoorbeeld), de filmbesprekingen van Richard Brody of de fictieverhalen van Haruki Murakami of David Sedaris. Af en toe publiceert het blad een artikel waar je nauwelijks omheen kunt. Het verhaal Cat Person uit 2017 was er zo een.


Vorig jaar vierde The New Yorker zijn 100-jarig bestaan en daarom werd een documentaire over het weekblad gemaakt die nu te zien is op Netflix. Het is een viering van het merk met vooral hoogtepunten. De geschiedenis van The New Yorker wordt verteld en belangrijke verhalen (Hiroshima van John Hersey en In Cold Blood van Truman Capote) krijgen een plek in de schijnwerpers.


The New Yorker at 100 is ook een ode aan (de romantiek) van journalistiek. We lopen mee met een verslaggever die ouderwets met pen en papier de straat op gaat. We horen de overweging van een schrijver die een Trump-rally vergelijkt met een bijeenkomst van Nazi's in Madison Square Garden. Uit de film spreekt een liefde voor het vak die je als lezer niet altijd meekrijgt en als journalist wel eens vergeet.


The New Yorker heeft een redactie waar je u tegen zegt. Alleen het team van factcheckers bestaat al uit 29 man. Zij lopen de verhalen van schrijvers tot in de kleinste details na. Ze bellen bronnen om te vragen of de schrijver inderdaad thee kreeg aangeboden bij binnenkomst. Of was het toch koffie? Zelfs de cartoons worden nagelopen. Klopt de lichtinval van de zon wel met de schaduw van het personage? Het lijkt me vreselijk intimiderend voor de makers, maar zo houdt The New Yorker zijn kwaliteitsstandaarden hoog.


Ik had graag meer gezien van de tegenslagen waar het blad ontegenzeggelijk ook mee te maken krijgt, maar zo'n film is dit niet. Dit is een verdiend eerbetoon aan een prachtig blad dat aantoont dat er nog steeds een enorme kracht uitgaat van het geschreven woord. Ik kreeg er zin van om te lezen én schrijven.




II.

John Lennon en Yoko Ono woonden aan het begin van de jaren zeventig in Greenwich Village. Vanuit hun bed keken ze urenlang naar de televisie. Lennon noemde het toestel "het venster op de wereld".


De makers van One to One: John & Yoko hebben de televisie als concept gebruikt om hun documentaire vorm te geven. Als kijker zap je als het ware mee vanuit het bed van de artiesten. We zien fragmenten van Lennon en Ono bij talkshows, horen opnames van hun telefoongesprekken en zien delen van hun live-optreden One to One. Maar je ziet ook veel andere fragmenten. Tupperware-reclames. Nixon die als Amerikaanse president wordt herkozen. A.J. Weberman die door het vuilnis van Bob Dylan spit.


Met dat zappen wordt op slimme wijze een tijdsbeeld geschetst dat context geeft aan de politieke en muzikale ambities van Lennon en Ono. De misstanden die zij op televisie meekrijgen (de Vietnamoorlog, onderdrukking van vrouwen), dwingen hen tot actie. Als de artiesten schrijnende beelden zien van een opvangtehuis waar gehandicapte kinderen in barre omstandigheden leven, organiseren ze een benefietconcert in Madison Square Garden. In de film volgen we Lennon en Ono naar dit optreden, het laatste wat ze samen uitvoerden.


We zien Lennon onder meer een hartverscheurende versie van Mother spelen. En een emotionele versie van Imagine, benadrukt door een slimme montage van de documentaire.


Naast het samenstellen van een mooi tijdsdocument slaagt One to One: John & Yoko er ook in om Ono gewoon eens als mens te tonen. Niet als de lelijke feeks waarvoor mensen haar uitmaakten, of als de oorzaak voor het uiteenvallen van The Beatles, maar als een kunstenaar, een moeder en een geliefde. Prachtige film als je het mij vraagt.




PS.

Lang werd gedacht dat Harder, Better, Faster, Stronger van Daft Punk een tempo van 123 BPM heeft. Maar het is nog mooier: 123,45 BPM.



Vorige week publiceerde ik mijn favorietenlijst van 2025. Deze week kreeg ik nog wat persoonlijke jaaroverzichten van Last.fm, Goodreads en Letterboxd. Voor de liefhebbers van statistieken.



Ik genoot van het goed gemaakte Andere Tijden premiersportret over Jan Peter Balkenende. In twee delen van bijna een uur stap je in een tijdsmachine naar het Nederlandse politieke landschap van 2002 tot en met 2010. Er zijn interviews met onder anderen Balkenende zelf, Rita Verdonk, Maxime Verhagen en Wouter Bos. Ze zijn allemaal 15 jaar ouder geworden. Het skateboardfragment van Balkenende komt (ongelooflijk maar waar) niet voorbij, wel komen saillante details over de VVD en Ayaan Hirsi Ali aan het licht.



The Guardian-journalist Richard Foster bezoekt het Muziekfeest van het Jaar om zich te laten onderdompelen in het Hollandse Levenslied. Dat levert een lekker hallucinant verslag op. "In one uptempo number, arch TV host Gerard Joling invites his lover to “make me crazy with your fingers and your tongue” in his clear, high tenor."



Mijn nieuwe camera is waterdicht en dat kwam goed uit toen ik zaterdagochtend door Utrecht banjerde om wat sneeuwfoto's te maken.



Je las blog №147, geschreven in de week van 29 december 2025 tot en met 4 januari 2026. Abonneer je op mijn nieuwsbrief en je ontvangt 'm elke zondag gratis in je mailbox.

© 2022 Rutger Otto

bottom of page