top of page
Jagers in de sneeuw, Pieter Bruegel de Oude
Jagers in de sneeuw, Pieter Bruegel de Oude

Hallo allemaal —


Wat een zegen was de kou en sneeuw. Het stelde nieuwsmedia in staat om tegenover de zware ellende in de wereld hartverwarmende kneuterigheid te zetten. In ons liveblog op NU.nl zag ik talloze ingezonden foto's van sneeuwpoppen en tips om vogels te voeren (geen traditionele vetbol, maar zaden en pitten). Het was koud, bellenblaas bevroor. Je kon beter even een dagje thuiswerken en niet de weg op.


In de avonden keek ik naar buiten en ik zag hoe de sneeuw licht gaf. Het werkte opbeurend, als tegenwicht voor de winterdip. Hier in de buurt leken de mensen in elk geval opgewekter dan anders in januari.


Enfin, het blog!



I.

In Remington beschrijft Bert Natter het verhaal van een kunstenaar die zijn vader ophaalt in Hamburg. De vader is een dichter van het oude stempel, hij schrijft nog op een typemachine. Van smartphones wil hij eigenlijk niets weten. Als je alleen maar op een scherm kijkt, zie je niks meer.


Als de zoon navigatie aanzet op zijn telefoon, zegt vader het volgende: "De stad is de werkelijkheid, de plattegrond van een stad is informatie, de weg zoeken in een stad is ervaring, de weg weten in een stad is kennis en met zo'n ding banjeren is niks. Het weet ook dat het niks is. Het doet zijn werk met slaafse zwijgzaamheid, zolang men het op tijd met stroom voert, maar ondertussen is het een sluipmoordenaar die de mensheid berooft van ervaring, kennis en geld, en die bovendien honderden keren per uur geheimen doorgeeft aan men weet niet wie. Ik weet dat ik overdrijf, toch is het zo: het brengt een mens op plaatsen zonder dat hij weet hoe hij er is gekomen en hoe hij er weer vandaan komt."


Het werd me niet meteen duidelijk of Natter in dit geval kamp koos voor de zoon (pro-mobiel) of voor de vader (anti-mobiel). In boeken ben je geneigd mee te leven met de ik-persoon (de zoon) en in 2015 was ik vast meer pro-mobiel, maar inmiddels hebben de techbedrijven die sympathie een beetje verspeeld.


Natter las vorig jaar 107 boeken, schrijft hij op zijn weblog. Als vrienden hem vragen waar hij de tijd vandaan haalt, zegt hij: "Toon mij de screen time die u op uw smartphone doorbrengt en ik vertel u of u tijd heeft om literatuur te lezen. Als je meer dan twee uur op je telefoon zit, kun je makkelijk een uur vrij maken om een boek te lezen."


Ik las vorig jaar 35 boeken. Vond ik al aardig wat. Tegelijkertijd heb je niets aan dit soort statistieken. Het helpt mensen die motivatie nodig hebben misschien om te lezen, maar daar ontbreekt het mij niet aan. Daarom staat mijn leesdoel op Goodreads dit jaar op één. En dat doel heb ik dankzij Remington alvast gehaald.



II.

In de film One Hour Photo uit 2002 trof ik een duidelijk voorbeeld van performative reading avant la lettre, uitgevoerd door Robin Williams. Hij speelt de engerd Sy Parrish, een fotolaborant die al jaren obsessief een gezin volgt, door het ontwikkelen van hun fotorolletjes. Hij drukt hun foto's extra af en hangt die stiekem bij hen thuis op. Had hij maar zo'n schijnbaar gelukkig gezin.


Afijn, op een dag ziet hij dat de vrouw uit het gezin een boek in haar tas heeft: The Path of Love van Deepak Chopra, om precies te zijn. Later in de film treft hij haar zogenaamd toevallig op een foodcourt voor lunch, tovert hij hetzelfde boek uit zijn tas en gaat dat heel opzichtig zitten lezen. Het werkt! "Ik wist niet dat je zo diepzinnig was", zegt ze.


In Parrish schuilt natuurlijk een diepe tragiek: de eenzame man die fotorolletjes ontwikkelt van families die doorgaans lachend op de foto staan. Hij wil ook wel eens gezien en geliefd worden. Nog tragischer: ruim twintig jaar later fotograferen mensen vooral digitaal en zie je nauwelijks meer fotolaboranten in het straatbeeld.




PS.

Uitkleedapps zijn een probleem. Met die tools kan iedereen een willekeurige foto uploaden en vervolgens zet generatieve AI de afgebeelde persoon in zijn of haar (vooral haar) ondergoed. Je begrijpt: dat kan slachtoffers flink traumatiseren. Dankzij Elon Musk en zijn chatbot Grok kregen ineens miljoenen mensen de mogelijkheid om mensen op foto's digitaal uit te kleden — en dat gebeurde vervolgens massaal. Internationaal schroomden toezichthouders en overheden niet om direct in actie te komen. In Nederland bleef het stil. Ik vroeg me af waarom en zocht het uit voor NU.nl.



Tien jaar geleden overleed David Bowie. Vlak daarvoor kwam zijn laatste album uit: Blackstar. Ik vind dat een van zijn beste werken, vanwege het gewicht ervan en gevoel van pure kunstenaarschap. Voor de liefhebbers: op NPO Start staat de docu David Bowie: The Final Act, over zijn carrièredip, zijn ijzersterke terugkeer en zijn definitieve afscheid.




Ik ben verslingerd aan de Walkie Talkie-video's van Paulie B op YouTube. In de serie loopt hij mee met een straatfotograaf, vaak door Manhattan, waar je ze aan het werk ziet en ze vertellen over wat ze doen.




Thom Yorke en Stanley Donwood werden voor The New Yorker geïnterviewd door illustrator Zoe Si. Ik genoot van het hybride resultaat, een artikel dat half uitgeschreven en half getekend is. Het gesprek was naar aanleiding van hun tentoonstelling in Oxford’s Ashmolean Museum. Yorke vroeg zich aanvankelijk af of ze hun digitale werk niet op beeldschermen moesten laten zien. "But that got tied into the whole NFT thing, and fuuuuck that", tiert hij. "The idea that you can take some sort of pseude-physical claim on some digital piece, and monetize it, is so distasteful. And the fact that it got tied into bitcoin - it was, like, fuck all of you people."



De Sentinel-2-satelliet maakte op 4 januari onderstaand sneeuwbeeld van Utrecht. Deze plaat van Amsterdam is ook mooi.


Bron: European Union, Copernicus Sentinel-2 imagery
Bron: European Union, Copernicus Sentinel-2 imagery

"Ik ben niet zo van kont tegen de krib", zegt schrijver Charlotte Mutsaers na twaalf minuten in een interview met Nieuwsweekend waarin ze het tegenovergestelde bewijst. Dat zie en hoor je niet zo vaak meer in de media, zo’n dwarsig gesprek. Heerlijk!


Je las blog №148, geschreven in de week van 5 tot en met 11 januari januari 2026. Abonneer je op mijn nieuwsbrief en je ontvangt 'm elke zondag gratis in je mailbox.


Hallo allemaal —


Gelukkig nieuwjaar. Ik schrijf jullie vanuit een ingesneeuwd Utrecht. Auto's rijden stapvoets door de grijze smurrie en fietsers glibberen voorbij. Wij Nederlanders, we blijven altijd fietsen. Vanmorgen wandelde ik door de stad — voor het middaguur al 16.000 stappen. Ik zag een man die op de brug bij Utrecht CS een sneeuwpop maakte. In zijn eentje, grote glimlach. Toen ik een uur later weer passeerde was hij nog bezig. Je ziet 'm op de foto aan het einde van dit blog. Hij sprak Engels: "Almost done!" Het plezier van een laag sneeuw (alles is anders!) doet de mensen goed, al is het maar voor een paar uur. Straks veranderen de platgewalste vlokken in een laag ijs en daarna begint het te dooien. Laat ik niet op de zaken vooruit lopen en nog even genieten.


We gaan beginnen met de blog. Ik heb twee documentaires gezien.



I.

Een groot deel van de aantrekkingskracht van weekblad The New Yorker zit 'm voor mij in de vormgeving van de omslag: altijd een illustratie met daarboven de titel van het blad — in dat perfecte lettertype, gemaakt door Rea Irvin in 1925. Het zijn lekker minimalistische covers. Geen ankeilers, geen schreeuwerige quotes.


Niet dat ik het blad elke week doorspit, maar ik lees met regelmaat een profiel (deze over Willie Nelson bijvoorbeeld), de filmbesprekingen van Richard Brody of de fictieverhalen van Haruki Murakami of David Sedaris. Af en toe publiceert het blad een artikel waar je nauwelijks omheen kunt. Het verhaal Cat Person uit 2017 was er zo een.


Vorig jaar vierde The New Yorker zijn 100-jarig bestaan en daarom werd een documentaire over het weekblad gemaakt die nu te zien is op Netflix. Het is een viering van het merk met vooral hoogtepunten. De geschiedenis van The New Yorker wordt verteld en belangrijke verhalen (Hiroshima van John Hersey en In Cold Blood van Truman Capote) krijgen een plek in de schijnwerpers.


The New Yorker at 100 is ook een ode aan (de romantiek) van journalistiek. We lopen mee met een verslaggever die ouderwets met pen en papier de straat op gaat. We horen de overweging van een schrijver die een Trump-rally vergelijkt met een bijeenkomst van Nazi's in Madison Square Garden. Uit de film spreekt een liefde voor het vak die je als lezer niet altijd meekrijgt en als journalist wel eens vergeet.


The New Yorker heeft een redactie waar je u tegen zegt. Alleen het team van factcheckers bestaat al uit 29 man. Zij lopen de verhalen van schrijvers tot in de kleinste details na. Ze bellen bronnen om te vragen of de schrijver inderdaad thee kreeg aangeboden bij binnenkomst. Of was het toch koffie? Zelfs de cartoons worden nagelopen. Klopt de lichtinval van de zon wel met de schaduw van het personage? Het lijkt me vreselijk intimiderend voor de makers, maar zo houdt The New Yorker zijn kwaliteitsstandaarden hoog.


Ik had graag meer gezien van de tegenslagen waar het blad ontegenzeggelijk ook mee te maken krijgt, maar zo'n film is dit niet. Dit is een verdiend eerbetoon aan een prachtig blad dat aantoont dat er nog steeds een enorme kracht uitgaat van het geschreven woord. Ik kreeg er zin van om te lezen én schrijven.




II.

John Lennon en Yoko Ono woonden aan het begin van de jaren zeventig in Greenwich Village. Vanuit hun bed keken ze urenlang naar de televisie. Lennon noemde het toestel "het venster op de wereld".


De makers van One to One: John & Yoko hebben de televisie als concept gebruikt om hun documentaire vorm te geven. Als kijker zap je als het ware mee vanuit het bed van de artiesten. We zien fragmenten van Lennon en Ono bij talkshows, horen opnames van hun telefoongesprekken en zien delen van hun live-optreden One to One. Maar je ziet ook veel andere fragmenten. Tupperware-reclames. Nixon die als Amerikaanse president wordt herkozen. A.J. Weberman die door het vuilnis van Bob Dylan spit.


Met dat zappen wordt op slimme wijze een tijdsbeeld geschetst dat context geeft aan de politieke en muzikale ambities van Lennon en Ono. De misstanden die zij op televisie meekrijgen (de Vietnamoorlog, onderdrukking van vrouwen), dwingen hen tot actie. Als de artiesten schrijnende beelden zien van een opvangtehuis waar gehandicapte kinderen in barre omstandigheden leven, organiseren ze een benefietconcert in Madison Square Garden. In de film volgen we Lennon en Ono naar dit optreden, het laatste wat ze samen uitvoerden.


We zien Lennon onder meer een hartverscheurende versie van Mother spelen. En een emotionele versie van Imagine, benadrukt door een slimme montage van de documentaire.


Naast het samenstellen van een mooi tijdsdocument slaagt One to One: John & Yoko er ook in om Ono gewoon eens als mens te tonen. Niet als de lelijke feeks waarvoor mensen haar uitmaakten, of als de oorzaak voor het uiteenvallen van The Beatles, maar als een kunstenaar, een moeder en een geliefde. Prachtige film als je het mij vraagt.




PS.

Lang werd gedacht dat Harder, Better, Faster, Stronger van Daft Punk een tempo van 123 BPM heeft. Maar het is nog mooier: 123,45 BPM.



Vorige week publiceerde ik mijn favorietenlijst van 2025. Deze week kreeg ik nog wat persoonlijke jaaroverzichten van Last.fm, Goodreads en Letterboxd. Voor de liefhebbers van statistieken.



Ik genoot van het goed gemaakte Andere Tijden premiersportret over Jan Peter Balkenende. In twee delen van bijna een uur stap je in een tijdsmachine naar het Nederlandse politieke landschap van 2002 tot en met 2010. Er zijn interviews met onder anderen Balkenende zelf, Rita Verdonk, Maxime Verhagen en Wouter Bos. Ze zijn allemaal 15 jaar ouder geworden. Het skateboardfragment van Balkenende komt (ongelooflijk maar waar) niet voorbij, wel komen saillante details over de VVD en Ayaan Hirsi Ali aan het licht.



The Guardian-journalist Richard Foster bezoekt het Muziekfeest van het Jaar om zich te laten onderdompelen in het Hollandse Levenslied. Dat levert een lekker hallucinant verslag op. "In one uptempo number, arch TV host Gerard Joling invites his lover to “make me crazy with your fingers and your tongue” in his clear, high tenor."



Mijn nieuwe camera is waterdicht en dat kwam goed uit toen ik zaterdagochtend door Utrecht banjerde om wat sneeuwfoto's te maken.



Je las blog №147, geschreven in de week van 29 december 2025 tot en met 4 januari 2026. Abonneer je op mijn nieuwsbrief en je ontvangt 'm elke zondag gratis in je mailbox.


Ik heb me een paar uur teruggetrokken op mijn werkkamer. Met een kop koffie in de hand kijk ik naar buiten, waar mensen in dikke jassen voorbij schuifelen. De meeste passanten kijken op hun telefoon terwijl de hond hen vooruit trekt. Het weer is koud maar helder. De zon valt binnen door mijn raam en in een aangename warmte blader ik door oude notitieboekjes en lees ik mijn blogs. Zo stel ik mijn terugblik samen op het afgelopen jaar, zoals ik daar sinds 2022 elk jaar een moment voor pak. Dit zijn mijn hoogtepunten van 2025 op het gebied van muziek, films, boeken en games.



Muziek

  • SABLE, fABLE van Bon Iver was dit jaar het eerste album waar ik geen genoeg van kreeg. Op de plaat zingt Justin Vernon over een paar donkere jaren (op de kant die SABLE heet) en daarna vindt hij het licht in zijn leven terug (op fABLE). Op Everything is Peaceful Love staat niets hem meer in de weg en klinkt hij vol vreugde: "Damn if I'm not climbin' up that tree right now". Geweldig album.


  • Ik schreef het in oktober: ik luister alleen nog maar naar Geese. Dat is nog steeds zo. Het album Getting Killed is mijn favoriet van dit jaar. Ik werd totaal overrompeld door deze band uit New York, die al een paar platen maakte maar dit jaar pas écht doorbrak. Ik werd direct fan van zanger Cameron Winter. Solo brengt hij vrij ingetogen nummers uit, maar met Geese laat hij zien ook prima uit de voeten te kunnen met onnavolgbare, experimentele muziek. Deze band drukt een defibrillator op het genre rockmuziek en schudt de boel wakker. Het mooiste liedje van het jaar komt van Getting Killed en heet Au Pays du Cocaine.


  • Matt Berninger (van The National) maakte een soloplaat die Get Sunk heet. Hij schreef de nummers toen hij opkrabbelde uit een depressieve periode en weer schoonheid zag in de kleine dingen van het leven. Bonnet of Pins is een instant-hit en op Nowhere Special mompelzingt Berninger heerlijke oneliners.


  • Op lieve monsters gaat het over angst en woede. Het gaat over twijfelen, het soms gewoon niet weten. En dat dat oke is. Conceptueel is Sef de laatste jaren een meester. Op lieve monsters is meer ruimte voor elektronisch geluid en experimenteert hij met contrasten tussen tekst en muziek. Mijn favoriet blijft Voor alles bang — een bewerkt refrein van Wende, die het nummer schreef op tekst van de overleden dichter Joost Zwagerman.


  • Tijdens de terugreis van Valencia naar Amsterdam wist LUX van Rosalía me te grijpen. Het is een ambitieuze plaat met bombastische orkesten, waanzinnige uithalen van de zangeres en uitstekend gedoseerde, elektronische muziek. Met de vertalingen erbij leerde ik dat Rosalía zingt over heiligen en haar eigen zoektocht naar spiritualiteit. En toch blijft ze met beide benen op de grond. Ze wilde vooral een menselijk album maken en dat hoor je. Het breekbare nummer Mio Cristo Piange Diamanti is perfect voor deze donkere dagen.




Concerten

  • Dit was het jaar van Oasis. Toen de Britse band in 2009 uit elkaar viel, dacht ik dat ik Liam en Noel nooit samen op een podium zou zien. Dit jaar lukte het alsnog, en wel op de heilige grond van het Wembley Stadium in Londen. Samen met mijn vrienden (dat werden er uiteindelijk zo'n 90.000) brulden we twee uur lang mee met een retestrakke set van greatest hits. De broertjes Gallagher genoten en wij nog meer. Het voordeel van zo'n lange pauze is dat iedereen snakte naar deze reünietour. Het werd een extatische beleving. Arm in arm met je onbekende buurman, mannen die huilen en dan lekker Live Forever blèren tot je schor bent.


  • In het voorprogramma van Oasis stond The Verve-zanger Richard Ashcroft. De perfecte opwarmer. Zijn Lucky Man en The Drugs Don't Work maakten al indruk, maar het moment dat Bittersweet Symphony werd gestart en het hele stadion opstond alsof het volkslied begon, zal ik niet snel vergeten.


  • Ik bezocht Bob Dylan twee avonden achter elkaar in Amsterdam. Toevallig had ik perfect zicht op de zanger achter zijn piano — de andere kant van de zaal zag alleen een pluk haar. Maar zelfs met perfect zicht zie je Dylan nauwelijks. Wonderlijk hoe dat werkt. De eerste avond verliep nogal rommelig, maar tijdens het tweede concert viel alles op zijn plek met een prachtige versie van Desolation Row en een nieuw arrangement voor It's All Over Now, Baby Blue. En dan die mondharmonica, er is niets mooiers.


  • In februari blies Jack White me van de sokken. De rockster droeg zijn show in TivoliVredenburg op aan Gerrit Rietveld en speelde daarom vijf nummers van het album De Stijl, dat hij 25 jaar geleden maakte met The White Stripes. Nog specialer werd het toen een replica van een Rietveldstoel (uit het Centraal Museum) het podium op werd getild, zodat White daar met zijn gitaar een potje op kon zitten soleren. Onvergetelijk.


  • Ik heb het nog nooit zo stil gehoord tijdens een concert als bij Cameron Winter. En ik moet zeggen dat ik nauwelijks woorden heb voor dat optreden, zo bijzonder voelde het. Winter is een opkomend fenomeen met een gigantisch talent. De 23-jarige Amerikaan komt er (net als de 84-jarige Dylan) mee weg om zichzelf nauwelijks te laten zien en toch een hele zaal in te pakken. Solo achter een piano, rug half naar het publiek gedraaid, een dijk van een stem en uitmuntend gespeeld. Zo'n concert waar je bij móést zijn.




Films

  • Veel te weinig mensen hebben het over Train Dreams, een prachtig geschoten, contemplatieve film die zich afspeelt in de Noord-Amerikaanse bossen aan het begin van de twintigste eeuw. Een houthakker krijgt een groot drama voor zijn kiezen, waarna hij worstelt met de enorme leegte in zijn leven. Wat is de zin van het leven? Waar doet hij het voor? Wat laat hij achter? Tijdens het kijken van de film en daarna kun je lekker op dit soort filosofische vraagstukken blijven kauwen. Schitterend werk.


  • Blueshorror Sinners moet je alleen al zien vanwege de muzikale scène op de helft van de film. Sinners vertelt een verhaal dat zich afspeelt in de jaren dertig van de Mississippi Delta en je voelt de broeierige atmosfeer door het beeld heen. Het gaat over twee broers (beide gespeeld door Michael B. Jordan) die een bar openen voor de zwarte gemeenschap. Hun neefje Sammy heeft een groot talent, waarmee hij vreemde gasten lokt. Regisseur Ryan Coogler neemt uitgebreid de tijd om zijn verhaal uit de doeken te doen, maar uiteindelijk wordt het een wilde rit en is dit een van de beste films van het jaar.


  • Ik word nog wel eens badend in het zweet wakker van de beelden uit de documentaire Ocean with David Attenborough. Met gigantische netten schrapen vissersboten (trawlers) over de oceaanbodem om vis te vangen. Ze verwoesten alles wat ze tegenkomen. Ik vond het engere beelden dan je in horrorfilms ziet. Gelukkig is er ook veel moois in de film te zien en blijft de hoogbejaarde Attenborough optimistisch en hoopvol voor het herstel van de onderwaterwereld.


  • Wat moet ik nog zeggen over One Battle After Another? Het is wederom een belachelijk goede film van regisseur Paul Thomas Anderson. Het gaat over een vader en dochter, maar net zo goed over (het omverwerpen van de) macht. Iedereen in deze film heeft wel iets om voor te vechten. Memorabele personages, lekker nerveusmakende soundtrack en achtervolgingen om je vingers bij af te likken.


  • In de zomer was Weapons de horrorsensatie waar iedereen het over had. De film gaat over kinderen in een basisschoolklas die om stipt 02:17 uur in de nacht opstaan en met hun armen wijd de duisternis in rennen. Slechts één kind uit de groep blijft achter, de rest keert niet meer terug. Wat er met hen gebeurd is, wordt vanuit het oogpunt van verschillende kleurrijke personages ontrafeld. Dikke aanrader vanwege het mysterie, die dankzij de diepere lagen uitnodigt om 'm nog eens te kijken.


  • De meest verrassende film uit dit lijstje staat gewoon op YouTube en heet LISTERS. Het gaat over twee stonerbroers die in een busje stappen om een jaar te vogelspotten in Zuid-Amerika. Ze komen terecht in een wereld van fanatieke vogelaars die zoveel mogelijk soorten proberen te zien. De documentaire is gemaakt door amateurs, maar de beelden van de vogels die ze vastleggen zijn waanzinnig.




Boeken

  • Ik was danig onder de indruk van Aan het einde van de oorlog, de lijvige roman van Bert Natter. Het boek gaat over een concentratiekamp in de Tweede Wereldoorlog. De zoon van de ss-Oberstormführer Karl raakt vermist, terwijl het kind met zijn oudere broer aan het vissen was. Terwijl de geallieerden aan de poorten rammelen, probeert Karl zijn zoon te vinden. In 630 pagina's lees je in constant wisselende mini-hoofdstukjes vanuit de oogpunten van in totaal 31 personages mee. Dat klinkt overweldigend, maar is zo knap in elkaar gevlochten dat je de draad niet kwijtraakt. In de roman gebeuren dingen waar je buikpijn van krijgt, maar omdat Natter werkt met constante cliffhangers, kun je het boek nauwelijks wegleggen. Het is een verpletterend werk, ik kan niet anders zeggen. Bindende leestip.


  • Voor het eerst las ik de graphic novel Maus van Art Spiegelman. Een klassieker in zijn genre. Het is een autobiografisch werk van Spiegelman over het Auschwitz-verleden van hun familie. In de ene tijdlijn spreekt Spiegelman met zijn vader over hoe het zijn Joodse ouders verging tijdens de Holocaust. In de andere tijdlijn komen die herinneringen tot leven. In het boek wordt het Joodse volk afgebeeld als muizen en de Duitsers als katten. Maar ook in deze stijl blijven de verhalen heftig. Spiegelman maakt het volstrekt helder hoe een oorlog mensen blijvend verandert en hoe de nasleep ervan ook latere generaties met trauma's opzadelt.


  • James is een hervertelling van Mark Twains Adventures of Huckleberry Finn, geschreven door Percival Everett. In deze roman beleef je het verhaal vanuit het perspectief van de tot slaaf gemaakte James, die met Huck meereist als hij van huis wegloopt. Everett geeft een briljante twist aan de klassieker en grijpt zijn kans om van James een veel menselijker figuur te maken. De roman behoudt zijn avontuurlijke toon, maar is tegelijk satirisch en wrang van aard.


  • Thomas Heerma van Voss zocht bejaarde Nederlandse schrijvers op die in 1977 een zelfportretje tekenden voor het literaire blad De Revisor. Hij wilde hen vragen hoe de auteurs zichzelf toen zagen en hoe het nu met ze gaat. Dat levert in de bundel De prullenbak heeft veel plezier aan mij aandoenlijke, vermakelijke en soms schrijnende portretten op. Sommige schrijvers zijn in vergetelheid geraakt en worden niet meer gepubliceerd, toch blijven ze schrijven.


  • Langzaam maar zeker baan ik mij een weg door het oeuvre van schrijver A.L. Snijders. Dit jaar las ik zijn dikke bundel Tat Tvam Asi met zeer korte verhalen. De stukken zijn vaak niet langer dan anderhalve pagina, maar de teksten zijn rijkelijk belegd. Hier een lesje relativeren in één alinea: "Toen ik weer thuis was, lag daar een bericht over een dode kat die na een lang leven ordentelijk gestorven was. Zijn baas legde zich er wel bij neer, maar werd soms overvallen door korte momenten van hevig verdriet. Of ik daar woorden van troost voor kon vinden. Ik schreef: 'De kat is dood, jij hebt verdriet, de vogels zijn opgelucht.'"


  • Fotograaf en blogger Craig Mod schreef Things Become Other Things, een bijzonder boek waarin hij zijn memoires als losse vignetten verzamelt. Mod maakt een lange wandeling door Japan (waar hij woont) en overpeinst ondertussen zijn leven. Zijn schrijven richt hij niet per se aan de lezer, maar aan zijn overleden jeugdvriend Bryan. Het levert emotionele stukken op, die Mod knap afwisselt met scherpe observaties van ontmoetingen tijdens zijn wandeltocht en bijna flauwe fart-jokes. Met mooie zwart-witfoto's.




Games

  • Ik speelde dit jaar Death Stranding (2019) en pakte meteen door met het vervolg dat dit jaar verscheen: Death Stranding 2: On the Beach. In het eerste deel was maker Hideo Kojima vooral druk met world building, in het tweede had hij daarom meer ruimte om zich op een verhaal te focussen. Je speelt wederom met Sam Bridges, die door verlaten landschappen loopt en rijdt om pakketjes te bezorgen. Ondertussen sluit hij afgelegen mensen aan op een netwerk, zodat zij weer met elkaar in verbinding komen. Internet, maar dan niet verpest, zeg maar. Death Stranding 2 stroomlijnt veel rafelranden uit het eerste deel en vertelt een waanzinnig en bizar verhaal waar ik met volle teugen van heb genoten.


  • Een tijdlang was ik in de ban van Blue Prince. Je speelt iemand die een mysterieus landgoed erft en elke dag die voorbij gaat, verandert de samenstelling van het landhuis dat je betreedt. Elke keer dat je een deur opent, kies je zelf de kamer die verschijnt. Als je dat op een slimme manier doet, kom je langzaam maar zeker achter het geheim dat binnen de muren verscholen ligt.


  • Ghost of Yotei is de perfecte opvolger van Ghost of Tsushima uit 2020. Er is een nieuw verhaal, over een vrouw die uit is op wraak nadat haar familie wordt vermoord. Maar in de basis is het weer een game waarin je taken afvinkt in een groot Japans gebied. Normaal hou ik daar niet zo van, maar in deze reeks kan ik er niet mee ophouden. Het verhaal is goed, de gameplay sterk en ik waardeer het dat zo'n blockbuster van Sony het aandurft om de speler tot rust en reflectie weet te dwingen.



Dankwoord

Langzaamaan schuift het aantal blogs naar de 150. Een waanzinnig aantal. Al bijna drie jaar schrijf ik elke week over wat me bezighoudt. Dat tempo ligt best hoog en in de weekenden ben ik er wel een paar uur aan kwijt. Het doet me daarom goed dat jullie regelmatig van je laten horen. Reacties zijn altijd welkom, gewoon onder de blogs of per mail. Tips ook!


Ik blijf in het komende jaar schrijven. Ik fantaseer er wel over om in het nieuwe jaar wat dingen te veranderen. Je merkt het vanzelf. Abonneer je op mijn nieuwsbrief als je dat nog niet hebt gedaan, daar doe je mij een plezier mee.


Een mooie jaarwisseling gewenst. Tot volgende week!


Je las blog №146, geschreven in de week van 22 tot en met 28 december 2025. Abonneer je op mijn nieuwsbrief en je ontvangt 'm elke zondag gratis in je mailbox.

© 2022 Rutger Otto

bottom of page